Inloggen

Inloggen

Jeugdclubcompetitie A/B -Dag 2

 

Inleiding

Een dag is in werkelijkheid altijd heel anders – vreugdiger, verdrietiger, aangrijpender – dan onder het licht van de dag erna. Dat is een probleem waar de geschiedschrijvers en historici altijd mee te kampen hebben gehad. De doorleefde werkelijkheid is namelijk een bron van onzekerheid en hoop, zelden een van logische gevolgtrekkingen, terwijl de toekomst altijd oordeelt over het verleden aan de hand van haar resultaten.

De tweede dag van de Jeugdclubcompetitie te Rosmalen/Hintham, in de buurt van Den Bosch, was ook zo’n dag. Aan mij nu de eer om de dag te beschrijven en beoordelen onder het licht van de toekomst, die de ware kleuren van zo’n dag altijd een beetje doen vervagen. Als ik het mij goed herinner begon de dag met een komische mengelmoes van goede hoop en gezonde tegenzin. Precies die zaken die men voelt voordat men het slagveld moet betreden. Goede hoop, omdat we ons mogen bewijzen. Gezonde tegenzin, omdat we ons moeten bewijzen – met de mogelijkheid tot falen. Zelfs echter op dat moment, in de wagen van ditmaal Astrid de Wilde – die zoonlief deze vroege inspanning wilde ontnemen zodat hij zich kon richten op de ter zake doende prestaties van later die dag –, stonden deze emoties onder het komische licht van de ironie: wat geeft het? Falen of slagen; we zijn jeugdschakers onderweg naar een bordspelbijeenkomst. Maar ook: we mogen onze passie uitdrukking geven, uitgehouwen in de vorm van schaakfiguren, en op een bord van vierenzestig velden. Laat het maar zo zijn. Alea iacta est.

Gearriveerd rond één over tien die ochtend, kwamen we precies op tijd voor de wedstrijd die op de vorige minuut begonnen was, en voor onze imponerende opening: 1. e2-e4 noch 1. d2-d4, maar de-hand-schudden-vanuit-staande-positie. Dat geeft al een klein voordeeltje, zonder al te veel schade te lijden op de schaakklok. Het hoort allemaal bij de psychologische oorlogsvoering die het schaken tussen mensen moet blijven. Want wie tegenwoordig van dit spel nog een wetenschappelijk object wil maken, moet de informatica in, en zijn ziel verkopen om als robot door het schaakspelende leven te gaan.

 

De eerste ronde van de dag: Spijkenisse tegen De Schaakmaat A1

Over naar de partijen dan. We speelden tegen het ongeveer gelijkwaardige De Schaakmaat A1 uit Apeldoorn. Zij misten wel hun sterkste speler zodat de gemiddelde rating een stuk lager uitkwam (1807) ten opzichte van die van ons (1905). Maar zoals de schoolprestaties maar een factor zijn in het succes in het verdere leven, zo zijn ratings maar een factor in de schaaksterkte die we kunnen afleiden uit de gespeelde partij.

Bart speelde een oude zijvariant in de Konings-Indische Verdediging tegen de fianchettovariant van zijn tegenstander, Gabriël Krouwel (1837). Deze variant is vernoemd naar de Russische schaakgrootmeester Vladimir Simagin. Gabriël kende de variant echter goed, en het zag er een tijdje naar uit dat Bart in de verdediging moest. Toen de rook was opgeklaard, bleek wit echter helemaal niet zoveel mogelijkheden te hebben, en uiteindelijk leverde hij ‘zomaar’ een stuk in.

Zwart staat al iets beter door zijn sterke paard op d4, en wit moet twee problemen signaleren: de paardvork op c2, maar ook het minder doorzichtige probleem dat de loper op g5 vrijwel ingesloten staat! Dat laatste realiseerde Gabriël zich niet snel genoeg, en speelde 17. Rac1. Toen 17… h6! volgde, kwam Gabriël erachter dat zijn loper ingesloten stond. Na 18.Bxh6 Nf5 verloor hij het stuk en kon Bart de partij naar zijn hand zetten.

Villa kon net als de vorige JCC-dag niet veel meer over haar wedstrijd melden dan dat het een onspectaculaire remise was geworden. Noch zij met zwart, noch haar tegenstander William Shakhverdian (1686) met wit wist de stukken optimaal neer te zetten om een doorbraak op de vleugels te forceren. Na een stevige ruilhandel verloor de stelling elke rekbaarheid voor een resultaat dat niet in evenwicht zou stranden.

Op het eerste bord was Daniël met wit stoutmoedig aan een opmars van de f-pion begonnen, en besloot die ook niet te stoppen voordat de pion op de zesde rij was aanbeland. Daar wist de kleine soldaat wel wat consternatie te veroorzaken, want het kon niet zo zijn dat deze pion de slag zou overleven. Maar hoe dan te nemen?

Tegenstander Mick van Randtwijk (1972) koos voor 14. …Bxf6 en zag zijn kasteel in elkaar zakken: 15. Rxf6! want na 15. …gxf6 en 16. Ne4 was de zwarte Koning niets dan kanonnenvoer voor de samenwerking van het paard en de onverbiddelijke fianchettoloper op b2.

Steven op het derde bord had het pluspionnetje van de Scandinavische opening weten te behouden zonder al te veel compensatie voor zijn tegenstander. Ergens moest de partij wel gewonnen zijn. Zo schoven beide door; zijn tegenstander onrustig, Steven kalm als altijd.

Maar in deze stelling had het dan toch moeten gebeuren. Mijne dames en heren schakers! Vergeet u nooit het belang van rekenwerk en tactische wendingen in het schaken, ondanks dat u zo vaak gelijk heeft als u slechts uw intuïtie vertrouwt. Steven sloeg met 18.Bxe4?! het paard eraf, maar ruil kon voor Steven alleen slecht zijn, omdat er al eerder een stuk was geofferd om later terug te winnen. Winnend was 18. fxe4!, zoals Steven op de terugreis in de auto zelf ook al had geconstateerd. Ten eerste is 18. …bxc4? streng verboden op straffe van 19. Qxf6, en de slimme tussenzet 18. …Qd8 faalt op 19. Nxc6 en na 19. …Rxc6 is 20. Ne3! goed, omdat wit gebruik maakt van de penning op de f-pion en de dreiging Bxb5 met een penning op de toren. Het mocht niet zo zijn, en na de nodige afwikkelingen bleken de vijandige stukken te goed te staan om nog iets tegen in te brengen.

Eindstand 2½ - 1½.

De tweede ronde van de dag: Spijkenisse tegen Messemaker 1847

Goed. We hadden weer een overwinning in de eerste ronde op zak. Dat beloofde net als op de eerste dag dat het met de motivatie wel goed moest zitten. Vol vertrouwen schoven we dan ook aan voor de tweede partij. Ditmaal wel tegen een ijzersterke tegenstander en kanshebber op de toernooizege: Messemaker 1847.

Of het aan het gebrek aan daglicht of zuurstof lag, of misschien toch aan onszelf, wie zal het zeggen. Maar in ieder geval maakten we geen schijn van kans tegen deze toptalenten. Daniël koos voor een minder handige opzet in de Pirc tegen de scherpe 4.Bg5-variant. Zijn tegenstander Liam Vrolijk (2264) koos misschien niet objectief de beste variant, maar wel een gevaarlijke. De partij duurde nog geen twintig zetten, en de witte troepen trokken op en liepen de zwarte Koning onder de voet. De tegenaanval op de damevleugel liet te lang op zich wachten.

Naast hem speelde Bart snel en zelfverzekerd tegen Kevin Nguyen (2126) en zijn gevaarlijke Draak. Te zelfverzekerd, bleek, want hij koos lang niet altijd voor de als beste voorgeschreven wending. Tot overmaat van ramp liet hij in die opening nog zijn dame insluiten. Laten we dit dan toch maar wijten aan de donkerte van het schaakzaaltje, waarin men soms niet de zwarte stukken van hun schaduwen kan onderscheiden. Ondertussen was Bart er toch weer zodanig psychologisch bovenop dat hij zijn partij durfde door te sturen aan uw verslaggever. We vertrouwen er blindelings op dat Bart de komende competitiedag de dame die hij verloor weer in veelvoud voor zich zal herwinnen!

Steven op het derde bord speelde misschien wel de saaiste partij van de competitie dit seizoen. In een Franse afruilpartij liepen hij steeds achter de feiten aan, maar niet ver genoeg om het halve punt uit zicht te verliezen waar de partij dan ook in besloten werd. Gelukkig voor hem hadden de teamgenoten van Bernard Evengroen (1898) het al voor hem besloten op de hoogste borden.

Eigenlijk was Villa de enige met noemenswaardige kansen. Haar tegenstander, David Avedissian (1105) deed het in de opening, het Gesloten Siciliaans, niet heel handig. En Villa had de kans om direct met haar pionnen op de koningsvleugel naar voren te beuken en de gefianchetteerde loper in de problemen te brengen. Ze besloot echter helaas niet direct naar voren te gaan en het initiatief te grijpen, maar om eerst rustig te ontwikkelen. Hier liet ze haar kans liggen om haar tegenstander te verlammen. Dat had misschien een makkelijk puntje opgeleverd. Het liep echter heel anders. Toen Villa haar kans voorbij had zien gaan, ontstonden er complicaties waarin haar tegenstander een pion won. Volgens omstanders was het vervolgens een wonder dat de zwartspeler de partij niet ook won, dus het bleek een geluk bij een ongeluk dat de partij in remise eindigde.

 

Tot slot

Een veelbewogen dag die achteraf wat grimmig kan lijken, omdat ze werd afgesloten met zo’n jammerlijke wedstrijd. We moeten daarbij niet de kansen en schone stukjes uit de eerste ronde vergeten. Als we meer naar dat plan spelen, en leren van de fouten uit ronde twee, dan belooft dat voor het vervolg van deze editie van de Jeugdclubcompetitie alleen maar veel goeds.

Laten we hopen dat we de draad van Ariadne op de komende dag weer hebben opgepakt, zodat we de verscheidene Minotauri in het labyrint dat schaken heet te slim af kunnen zijn.

De partij van de dag was die van Daniël tegen Mick van Randtwijk: